De Mona Lisa wordt gestolen uit het Louvre (1911)

Vincenzo Peruggia, de man die de Mona Lisa uit het Louvre stal

Op 21 augustus 1911 werd de Mona Lisa, een van de beroemdste schilderijen ter wereld, gestolen uit het Louvre in Parijs. De diefstal werd een dag later ontdekt door de schilder Louis Béroud. Toen die naar de Salon Carré liep waar het schilderij al vijf jaar te bewonderen was, vond hij een lege plek op de muur. De schilder alarmeerde hierop het museumpersoneel. Aanvankelijk dacht men dat het schilderij was weggehaald om het ergens te fotograferen, maar al snel bleek het kunstwerk van Leonardo da Vinci te zijn gestolen.

Detail van de Mona Lisa
Detail van de Mona Lisa
Twee jaar later werd het schilderij teruggevonden. Het bleek te zijn gestolen door Vincenzo Peruggia, een Italiaanse patriot en medewerker van het Louvre. De Italiaan had zich in augustus 1911 verstopt in een kast en was later met het schilderij onder zijn jas het Franse museum uitgelopen. Als patriot vond Peruggia dat het werk van Da Vinci te zien moest zijn in een Italiaans museum. Andere lezingen melden dat de Italiaan het doek simpelweg stal om er rijker van te worden. Peruggia liep tegen de lamp doordat hij het beroemde kunstwerk in 1913 probeerde te verkopen aan het Uffizi, een beroemd kunstmuseum in Florence.

Leonardo Da Vinci (1452-1519) woonde enige tijd in Rome, net als andere beroemde schilders als Rafaël en Michelangelo. Naast de Mona Lisa is Da Vinci onder meer ook bekend vanwege zijn Laatste avondmaal. Slechts zeventien van zijn schilderijen zijn bewaard gebleven. Naast schilder was Da Vinci onder meer beeldhouwer, architect, uitvinder, filosoof en scheikundige.

Boek: Eeuwige schoonheid – The Story of Art

Verder op 21 augustus:

Vorige dag

22 augustus

Volgende dag

20 augustus